Synopsis van Sophocles’ Koning Oedipus

Er waren eens een koning (Laius) en een koningin (Jocaste) van Thebe, die geen kinderen kregen. De koning ging hierover het orakel in Delphi vragen en kreeg te horen dat als hij een zoon zou krijgen, deze zijn vader zou vermoorden en zijn moeder zou trouwen. De koning besluit zijn lot te vermijden door niet met Jocasta, de koningin, naar bed te gaan; maar de natuur is te sterk, (volgens sommige versies voert Jocaste Laius dronken) en er wordt toch een zoon geboren. In plaats van hem te koesteren geeft hij hem aan zijn herder mee, met de opdracht hem buiten op de berg achter te laten. Eerst spijkert hij zijn enkels aan elkaar vast om ervoor te zorgen dat hij niet kan kruipen. De herder heeft medelijden met het kind en geeft hem aan een andere herder die hem meeneemt naar zijn eigen stad Korinthe alwaar hij de infante aan de koning en de koningin geeft die geen zoon hebben en die hem zullen opvoeden als hun eigen zoon. En ze noemen hem Oedipus, (gezwollen voet), omdat zijn enkels nooit genezen zijn. Robert Fagles, de meest recente vertaler, suggereert dat de naam van Oedipus verwant is aan het werkwoord oido, weten. Maar misschien zijn beide verklaringen van de naam delen van elkaar. Oedipus is kreupel en daardoor weet hij.

Als Oedipus volwassen is bespot een jonge man die tijdens een diner aan het hof van Corinthe te veel heeft gedronken hem omdat hij een vondeling was. Oedipus gaat regelrecht naar zijn ouders, die het verhaal ontkennen. Maar dat kan hem niet tegenhouden: het is zijn natuur om te weten. Hij gaat op pad om het orakel van Delphi te vragen en krijgt hetzelfde antwoord dat Laius kreeg: dat het zijn lot, zijn telos, is om zijn vader te vermoorden en met zijn moeder te trouwen. Net als Laius neemt hij het orakel letterlijk en besluit hij zijn beide (vermeende) ouders nooit meer te zien. Hij verlaat zijn ouderlijk huis. Al snel komt hij op een driesprong en ontmoet een man op een grote koets begeleid door slaven en een heraut die voor de koets uit loopt en Oedipus trots beveelt opzij te gaan. Oedipus wordt woedend en als hij weer bijkomt, ontdekt hij dat hij ze allemaal heeft vermoord, behalve één, die is weggelopen.

Hij gaat verder en komt bij een grote stad die in rouw is om zijn koning, gedood in een aantal duistere gevechten op de weg naar Delphi en de stad wordt bedreigd door een Sfinx, een monster met prachtige kop en borsten van een mooie vrouw maar met het lichaam van een leeuwin en de klauwen en vleugels van een gier. De pest woedt; overal in de stad sterven mensen. De enige redding is dat iemand het raadsel van de Sfinx beantwoordt. Velen hebben het geprobeerd, faalden en werden meteen verslonden. Daarom wordt afgekondigd dat degene die het raadsel goed oplost, met de koningin zal trouwen en koning van Thebe zal worden.

Oedipus gaat meteen op zoek naar de Sfinx en vindt haar op een rotspunt bij de ingang van de stad. ‘Wat is het’, vraagt ze, ‘dat ‘s ochtends op vier poten gaat, ‘s middags op twee en ‘s avonds op drie? Het antwoord komt ergens diep bij hem vandaan. Hijziet het in een flits.‘ De Mens’, zegt hij; ‘Want als hij jong is, gaat hij op handen en voeten, als hij in zijn beste jaren is, loopt hij rechtop, en als hij oud is, gebruikt hij een stok om zichzelf overeind te houden. De mens komt van moeder aarde en gaat naar haar terug.”

Daarop slaakt de Sfinx een luide gil en valt op de rotsen beneden in stukken uiteen. Oedipus gaat de stad in, trouwt met de koningin en wordt onder grote vreugde koning. Jarenlang regeert hij goed. De stad bloeit en zijn vrouw baart hem vier gezonde kinderen, twee jongens en twee meisjes. Dan komt de pest weer. Het is op dit punt dat Sophocles’ Oedipus de Koning opent.